ECLI:NL:CRVB:2013:BY7862

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-2496 ANW -V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens niet te verwijten termijnoverschrijding bij hoger beroep sociale zekerheidsuitspraak

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 juni 2012, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige indiening van het hogerberoepschrift.

De aangevallen uitspraak werd op 2 maart 2012 aangetekend verzonden, maar appellant ontving deze pas op 9 april 2012. Het hogerberoepschrift werd ook op 9 april 2012 aangetekend verzonden en op 2 mei 2012 ontvangen, wat later was dan een week na afloop van de termijn. Hierdoor werd het hoger beroep formeel te laat ingediend.

Appellant voerde aan dat de vertraging in de bezorging van zowel de aangevallen uitspraak als het hogerberoepschrift buiten zijn schuld lag. De Raad achtte dit niet onaannemelijk en concludeerde dat de termijnoverschrijding appellant niet redelijkerwijs kan worden verweten.

Daarom verklaarde de Raad het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er zijn geen proceskosten opgelegd aan appellant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet omdat de termijnoverschrijding niet aan appellant kan worden verweten.

Uitspraak

12/2496 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2012, 11/3400 AOW (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 4 januari 2013
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 juni 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 juni 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 juni 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De aangevallen uitspraak is op 2 maart 2012 aangetekend verzonden. Blijkens het poststempel op de enveloppe is het hogerberoepschrift op 9 april 2012 aangetekend verzonden. Het is op 2 mei 2012 bij de Raad ontvangen. Het hogerberoepschrift is daarmee wel binnen de termijn ter post bezorgd, maar later dan een week na afloop van de termijn ontvangen. Het is daarom niet tijdig ingediend.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat de aangevallen uitspraak hem pas op 9 april 2012 heeft bereikt en dat hij diezelfde dag nog hoger beroep heeft ingesteld.
De Raad acht niet onaannemelijk dat zowel de aangevallen uitspraak als het hogerberoepschrift met aanzienlijke vertraging is bezorgd. In die omstandigheden kan de termijnoverschrijding appellant redelijkerwijs niet worden verweten.
De Raad zal daarom het verzet gegrond verklaren.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 29 juni 2012 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 201
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours fondé
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 4 janvier 2013.