ECLI:NL:CRVB:2013:970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- E.J. Govaers
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die in 2006 werd ingetrokken door het UWV. Na diverse procedures werd het bezwaar tegen intrekking van de uitkering uiteindelijk ongegrond verklaard. In 2010 meldde appellante een toegenomen arbeidsongeschiktheid, waarop het UWV een herbeoordeling uitvoerde en de aanvraag weigerde omdat geen toename van beperkingen werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren toegenomen. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de door appellante aangevoerde nieuwe medische informatie geen aanleiding geeft tot een ander oordeel.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische beperkingen sinds 2009 waren toegenomen en verwees naar een brief van haar psychiater. De Raad oordeelt echter dat deze stelling onvoldoende is onderbouwd met objectief-medische gegevens en dat een door appellante voorgestelde contra-expertise niet heeft plaatsgevonden.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.