ECLI:NL:CRVB:2013:864
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens terugvordering wachtgeld na WAO-toekenning
Appellante heeft een WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf december 2004 ontvangen, waarna het UWV het wachtgeld dat zij ontving terugvorderde van haar voormalige werkgever. Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens het nadeel dat zij hierdoor zou hebben geleden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering formeel rechtskracht heeft en niet onrechtmatig is, en omdat de schade eerder samenhangt met de terugvordering van het wachtgeld. De bestuursrechter is bovendien niet bevoegd om schadevergoeding toe te kennen die samenhangt met besluiten waartegen geen bezwaar of beroep openstaat.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. Er was geen sprake van een uitdrukkelijke toezegging van het UWV die een gerechtvaardigde verwachting kon wekken dat de WAO-toekenning geen financiële gevolgen zou hebben voor het wachtgeld. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens terugvordering van wachtgeld wordt afgewezen en het hoger beroep verworpen.