ECLI:NL:CRVB:2013:859
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening gelijkstelling vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant heeft meerdere verzoeken tot herziening ingediend om als vervolgingsslachtoffer te worden erkend op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze verzoeken zijn steeds afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat zijn psychische en lichamelijke klachten redelijkerwijs verband hielden met het overlijden van zijn vader door vervolging.
De vader van appellant is in 1944 omgekomen bij de torpedering van een schip waarop hij als krijgsgevangene werd vervoerd. Hoewel dit aanleiding kan zijn voor gelijkstelling, vereiste de wet tevens dat appellant ziekten of gebreken vertoonde die met het overlijden verband hielden. Medische onderzoeken concludeerden dat de klachten van appellant voortkwamen uit eigen oorlogservaringen en een moeilijke jeugd, niet uit het overlijden van zijn vader.
Bij het meest recente verzoek tot herziening werden nieuwe medische adviezen ingewonnen, maar deze bevestigden de eerdere conclusies. De Raad oordeelde dat de klachten niet voldoende verband hielden met het overlijden van de vader. Ook het argument dat de zuster van appellant wel gelijkgesteld was, leidde niet tot strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat individuele medische beoordelingen noodzakelijk zijn.
Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit om hem niet als vervolgingsslachtoffer gelijk te stellen blijft in stand.