ECLI:NL:CRVB:2013:803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar bijstand over de periode augustus 2010 tot en met januari 2011 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Het bezwaarschrift werd echter te laat ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken. Het college verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Appellante voerde aan dat het bezwaar wel tijdig was verzonden en dat zij ten onrechte niet was gehoord.
De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad na de termijn was verzonden, hetgeen werd bevestigd door het poststempel. De verklaringen van familieleden waren onvoldoende concreet en niet consistent. Omdat appellante geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding gaf en niet reageerde op het verzoek van het college om dit toe te lichten, was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.