ECLI:NL:CRVB:2013:801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1999 bijstand op grond van de WWB, die per 1 september 2009 werd beëindigd vanwege werkaanvaarding. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit leidde tot een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo om de bijstand over de periode 30 januari 2006 tot en met 31 augustus 2009 in te trekken en de kosten van € 35.955,29 terug te vorderen.
Het college baseerde dit op het feit dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van regelmatige kasstortingen en giften van familieleden, en het ontbreken van een verklaring voor de discrepantie tussen haar inkomsten en uitgaven. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, wat door appellante in hoger beroep werd aangevochten.
De Raad oordeelde dat appellante inderdaad haar inlichtingenverplichting had geschonden. Zij had kasstortingen van € 11.580 niet gemeld en geen inzicht gegeven in de herkomst van contante bedragen. Ook gaf zij geen verklaring voor de lage maandelijkse uitgaven terwijl deze volgens het NIBUD hoger zouden moeten zijn. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was intrekking en terugvordering gerechtvaardigd.
Appellante voerde aan dat de rechtbank onredelijke eisen stelde aan haar administratie, maar dit werd verworpen. Psychische klachten werden niet als dringende reden gezien om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.