ECLI:NL:CRVB:2013:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroepsziekteclaim wegens onvoldoende causaal verband met werk
Appellante is sinds november 2007 volledig arbeidsongeschikt wegens een infectie met een parasiet die zij stelt te hebben opgelopen tijdens haar werkzaamheden als [naam functie A.]. Zij vordert erkenning van deze infectie als beroepsziekte. De korpschef heeft de verlofopbouw wegens ziekte stopgezet, de bezoldiging vastgesteld op 90% en het verzoek om erkenning van de infectie als beroepsziekte afgewezen. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, mede op basis van een deskundigenrapport waaruit bleek dat de infectie waarschijnlijk niet door entamoeba histolytica maar door entamoeba dispar is veroorzaakt, en dat een causaal verband met het werk onvoldoende aannemelijk is.
In hoger beroep stelt appellante dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding is getreden door deze nieuwe bevindingen te betrekken en dat de deskundige onvoldoende onderzoek heeft gedaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank bevoegd was de feiten ambtshalve aan te vullen en dat het causaal verband centraal staat in het geschil. De Raad wijst erop dat de bewijslast bij appellante ligt en dat zij geen schriftelijk bewijs heeft geleverd van behandeling gericht op entamoeba histolytica, ondanks de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.
De Raad bevestigt dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het causaal verband tussen haar infectie en haar beroepswerkzaamheden, waardoor het verzoek om erkenning van de infectie als beroepsziekte terecht is afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om erkenning van de infectie als beroepsziekte afgewezen.