Appellante, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, ontving kinderbijslag voor haar kinderen die in Nederland waren geboren. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde op basis van rapporten van de sociaal attaché en een handhavingsrapport vast dat appellante vanaf 2004 niet meer in Nederland woonde, maar in Marokko. De Svb herzag daarop het recht op kinderbijslag en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beoordelingskader van de Svb onjuist was. De Raad paste de maatstaf toe zoals vastgesteld door de Hoge Raad, waarbij het draait om een duurzame persoonlijke band met Nederland.
De Raad concludeerde dat de Svb voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante vanaf 2004 in Marokko woonde, onder meer door onafhankelijke verklaringen van lokale autoriteiten en laag energieverbruik in het Nederlandse adres. Appellante had onvoldoende tegenbewijs geleverd, zoals het ontbreken van haar Marokkaanse paspoort. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellante.