ECLI:NL:CRVB:2013:2956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening ambtenaar
Verzoekster had een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een Koninklijk besluit tot ontslag, met het doel om gedurende de procedure behandeld te worden alsof zij niet ontslagen was, inclusief arbeidsvoorwaarden en takenpakket.
Tijdens de mondelinge behandeling werd aangegeven dat voorafgaand aan ontslag een medisch onderzoek moest plaatsvinden en dat verzoekster in afwachting daarvan haar werkzaamheden wilde hervatten met beperkingen in overleg met de bedrijfsarts. De toezeggingen die tijdens de zitting werden gedaan, betroffen echter niet de gevraagde voorziening, maar een mededeling over betaling van bezoldiging tot de beslissing op bezwaar en het achterwege blijven van actieve communicatie over het ontslag.
Verzoekster trok haar verzoek om voorlopige voorziening in omdat zij meende dat deze toezeggingen de negatieve gevolgen van het ontslag praktisch wegnamen. De Kroon stelde dat er geen sprake was van tegemoetkomen omdat het besluit niet was herroepen of geschorst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de toezeggingen niet overeenkwamen met de gevraagde voorziening en dat het voeren van een procedure niet nodig was geweest om deze toezeggingen te verkrijgen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om de Kroon te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.