ECLI:NL:CRVB:2013:2930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor VWA-ambtenaar en ongelijke behandeling
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) na een fusie. Voor de fusie golden verschillende regelingen voor compensatie van reistijd, waarbij de reistijd voor RVV-medewerkers slechts gedeeltelijk als werktijd werd aangemerkt. Na de fusie ontstond een praktijk waarbij reistijd volledig als werktijd werd beschouwd, maar vanaf 2007 werd dit teruggedraaid met een regeling die een deel van de reistijd als eigen tijd aanmerkte.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van ongelijke behandeling tussen groepen medewerkers binnen de VWA zonder rechtvaardiging en gaf opdracht tot compensatie. De Minister stelde in hoger beroep dat de besluiten van 2007 en 2008 onaantastbaar waren en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden. De Raad verwierp deze standpunten en bevestigde dat de ongelijke behandeling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad vernietigde de eerdere compensatiebesluiten omdat de rechtbank onterecht compensatie vanaf 15 februari 2007 had opgelegd en bepaalde dat compensatie alleen moet worden verleend vanaf 1 juli 2010, de datum van het verzoek. Tevens oordeelde de Raad dat betrokkene aanspraak kan maken op overwerkvergoeding en toelage onregelmatige dienst, maar niet op ploegentoeslag. De Minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten en verplicht de Minister een nieuwe beslissing te nemen over compensatie van reistijd vanaf 1 juli 2010 met inachtneming van de uitspraak.