ECLI:NL:CRVB:2013:2898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor VWA-medewerkers en gelijkheidsbeginsel
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), ontstaan uit een fusie. Voor de fusie golden verschillende reistijdregelingen voor ambulante medewerkers. Na de fusie werd een praktijk gehanteerd waarbij reistijd volledig als werktijd werd aangemerkt, maar vanaf 2007 werd een nieuwe regeling ingevoerd waarbij een deel van de reistijd als eigen tijd werd beschouwd.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze regeling en vorderde compensatie voor niet als werktijd aangemerkte reistijd. De rechtbank gaf hem gelijk en beval een nieuwe beslissing op bezwaar. Appellant stelde hoger beroep in en voerde onder meer aan dat de besluiten onaantastbaar waren en dat geen sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de besluiten beleidsregels zijn en niet onaantastbaar. Verder is het onderscheid tussen medewerkers strijdig met het gelijkheidsbeginsel omdat er geen objectieve rechtvaardiging is voor de ongelijke behandeling. De Raad past vaste rechtspraak toe over duuraanspraken en bepaalt dat compensatie alleen moet worden verleend vanaf het moment van het verzoek in 2010.
De eerdere besluiten tot compensatie worden vernietigd en appellant wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij ook aanspraken op overwerkvergoeding en toelage onregelmatige dienst moeten worden betrokken indien van toepassing.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten over reistijdcompensatie en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.