ECLI:NL:CRVB:2013:2896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor voormalige VWA-medewerkers in hoger beroep
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), ontstaan uit een fusie van de RVV en de Keuringsdienst van Waren (KvW). Voorafgaand aan de fusie golden verschillende regelingen voor compensatie van reistijd. Na de fusie gold tijdelijk een praktijk waarbij reistijd volledig als werktijd werd aangemerkt, maar vanaf 2007 werd een nieuwe regeling ingevoerd waarbij een deel van de reistijd als eigen tijd werd beschouwd.
Betrokkene verzocht compensatie voor niet als werktijd aangemerkte reistijd, wat door appellant werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, maar de Raad vernietigt deze uitspraak deels. De Raad oordeelt dat de ongelijke behandeling tussen verschillende groepen medewerkers binnen de VWA in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat compensatie over de periode van 1 juli 2010 tot 1 januari 2012 moet worden verleend.
De Raad stelt dat de besluiten van 2007 en 2008 beleidsregels zijn en niet onaantastbaar in rechte. Verder bevestigt de Raad dat de compensatie in verlofuren moet plaatsvinden en dat aanspraken op overwerkvergoeding en toelage onregelmatige dienst mogelijk zijn, maar geen aanspraak bestaat op ploegentoeslag. De Raad beveelt appellant aan een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitgangspunten.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten en beveelt appellant een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen waarbij compensatie wordt verleend vanaf 1 juli 2010.