ECLI:NL:CRVB:2013:2840

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2013
Publicatiedatum
17 december 2013
Zaaknummer
13-3654 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift in WIA-zaken

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend. De Raad stelde vast dat de uiterste datum voor indiening 9 juli 2013 was, terwijl het beroepschrift pas op 11 juli 2013 werd ontvangen.

De echtgenoot van appellante verklaarde ter zitting dat hij de administratie vanwege de psychische problemen van appellante verzorgt en dat hij de uitspraak pas laat onder ogen kreeg omdat appellante deze had opgeborgen. Desondanks oordeelde de Raad dat deze omstandigheden geen verschoonbare overschrijding van de termijn rechtvaardigen.

De Raad bevestigde dat in de aangevallen uitspraak en begeleidende brief duidelijk was vermeld dat hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak moest worden ingesteld. Omdat geen feiten of omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen, werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd en het betaalde griffierecht van €118,- werd aan appellante terugbetaald vanwege de bijzondere omstandigheden.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2013
13/3654 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 28 mei 2013, 11/2852 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 21 augustus 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 22 november 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot. Het Uwv is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 augustus 2013 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 9 juli 2013. Het hogerberoepschrift is gedateerd 10 juni 2013 en blijkens het poststempel op 10 juli 2013 verzonden. Het is op 11 juli 2013 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De echtgenoot van appellante heeft ter zitting verklaard dat hij in verband met de psychische problemen van appellante de administratie voor haar verzorgt. Hij heeft de aangevallen uitspraak pas later onder ogen gekregen, doordat appellante deze na ontvangst had opgeruimd. Vervolgens heeft hij direct hoger beroep ingesteld.
De Raad stelt - andermaal - vast dat in de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank Noord-Nederland duidelijk staat aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van de verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen. Dat de echtgenoot van appellante de uitspraak te laat onder ogen heeft gekregen, brengt niet mee dat de overschrijding van die termijn verschoonbaar is. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval zal het betaalde griffierecht (€ 118,-) door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
13 december 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

QH