Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als groepsfunctionaris C bij de Belastingdienst FIOD-ECD, verzocht om toekenning van een salarisschaal behorende bij de hogere groepsfunctie E. Dit verzoek werd afgewezen door de staatssecretaris en deze afwijzing werd bevestigd door de rechtbank Zutphen.
Appellant stelde dat hij zelfstandig opsporingsonderzoeken verrichtte die vergelijkbaar waren met die van groepsfunctie E en dat hij vanaf april 2007 meer dan 50% van zijn werktijd aan werkzaamheden in fase 2 en 3 besteedde. Hij beriep zich tevens op het gelijkheidsbeginsel omdat een collega in vergelijkbare omstandigheden wel hoger was ingeschaald.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van appellant niet het gehele bereik van fase 1 tot en met 3 van groepsfunctie E omvatten en dat hij niet voldeed aan het criterium van minimaal 50% werktijd in fase 2 en 3. Verklaringen van collega’s en het gelijkheidsbeginsel boden geen grond voor toekenning. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een hogere salarisschaal wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.