ECLI:NL:CRVB:2013:2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor opslag inboedel wegens weigering woonbegeleiding
Appellant, een kunstschilder, ontving bijzondere bijstand voor opslagkosten van zijn inboedel na opname in een GGZ-instelling. Na afloop van de tijdelijke opslagperiode vroeg hij opnieuw bijzondere bijstand aan, die door het college werd afgewezen omdat hij een huurwoning met GGZ-begeleiding kon betrekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen woning met GGZ-begeleiding kan accepteren vanwege negatieve ervaringen en zijn kunstenaarschap, maar onderbouwde dit niet met medische gegevens. De Raad oordeelde dat de opslagkosten in principe niet noodzakelijk zijn omdat opslagruimte in een woning toereikend behoort te zijn.
Omdat appellant niet bereid is een woning met begeleiding te accepteren, is sprake van een bewuste keuze waarvan de kosten niet op het college kunnen worden afgewenteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 10 december 2013 door de Centrale Raad van Beroep gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bijzondere bijstand voor opslagkosten wordt afgewezen.