ECLI:NL:CRVB:2013:2709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en onvoldoende medische beperkingen
Appellant was werkzaam als productiemedewerker in WSW-verband en viel uit wegens knieklachten. Het UWV stelde vast dat appellant geschikt is voor zijn laatstelijk verrichte eigen werk en daarom minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig. De medische informatie van behandelaars bood geen aanleiding om de beperkingen van appellant te onderschatten. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn artrose en pijnklachten meer beperkingen veroorzaken dan aangenomen, inclusief een urenbeperking tot twee uur per dag.
De Raad overwoog dat de aanvullende medische stukken onvoldoende objectief-medische aanknopingspunten boden om het standpunt van het UWV te wijzigen. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het oordeel dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk. Ook de werkgever bevestigde dat het werk staand en zittend kan worden verricht en dat appellant zijn werkplek mocht verlaten indien nodig. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op een WIA-uitkering wordt afgewezen.