ECLI:NL:CRVB:2013:2470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en wijziging hoofdverblijf
Appellante ontving sinds 1996 bijstand en werd onderzocht na een anonieme melding dat haar dochter en schoonzoon bij haar inwoonden. Het college trok de bijstand per 1 januari 2011 in en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenverplichting en wijziging van het hoofdverblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde aan dat het verblijf van haar dochter tijdelijk was en dat zij nog steeds haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante vanaf 1 januari 2011 niet meer op het opgegeven adres woonde en dat zij de relevante feiten had moeten melden. Het hoger beroep faalde en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd omdat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden en niet meer op het opgegeven adres woonde.