ECLI:NL:CRVB:2013:2448

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 november 2013
Publicatiedatum
14 november 2013
Zaaknummer
13-3493 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €44,- binnen een bepaalde termijn.

Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R. Kooper met E. Blijleven-de Vries als griffier op 14 november 2013.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 november 2013
13/3493 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
A.L. Schonk-Pietersz te Julianadorp (appellante)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 3 juni 2013, kenmerk BZ01567325.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 12 juli 2013 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 44,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 13 augustus 2013 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2013.
(getekend) R. Kooper
(getekend) E. Blijleven-de Vries
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
sg