ECLI:NL:CRVB:2013:2371

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 oktober 2013
Publicatiedatum
11 november 2013
Zaaknummer
12-5012 WWB-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bijzondere bijstand voor advocaatkosten wegens onvoldoende noodzaak procedure

Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor griffierecht- en advocaatkosten van €1.502,- in verband met een civiele procedure tegen een verzekeringsmaatschappij over waterschadevergoeding. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Later werd een beperkte bijzondere bijstand toegekend voor een deel van de kosten.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de procedure noodzakelijk was. De toevoeging van de advocaat had betrekking op licht advies en niet op de procedure waarvoor de kosten werden gemaakt.

De Raad overwoog dat zonder toevoeging het bijstandverlenend orgaan zelf moet beoordelen of de procedure noodzakelijk was. Appellant onderbouwde zijn aanvraag slechts met een e-mail van zijn advocaat met een conceptdagvaarding, wat onvoldoende was. Daarom is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor advocaatkosten wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de noodzaak van de procedure.

Uitspraak

12/5012 WWB-PV
Datum uitspraak: 29 oktober 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2012, 12/939 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te[woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: P.J.M. Crombach
Ter zitting is namens het college verschenen mr. drs. J.M. Boegborn. Appellant is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Op 28 januari 2012 heeft appellant bijzondere bijstand aangevraagd voor griffierechtkosten en advocaatkosten voor verschillende procedures. De gemaakte advocaatkosten bedragen
€ 1.502,-. Deze betreffen een civiele vordering van appellant tegen een verzekeringsmaatschappij in verband met slechts gedeeltelijke vergoeding van waterschade (vordering). De resterende schade bedraagt ongeveer € 1.900,-. Bij besluit van 9 februari 2012 heeft het college de aanvraag afgewezen. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 17 februari 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 april 2012 heeft het college appellant bijzondere bijstand voor griffierechtkosten en advocaatkosten toegekend tot een bedrag van € 396,-. Deze bijstand heeft mede betrekking op kosten waarvoor appellant met zijn aanvraag van 28 januari 2012 bijstand heeft gevraagd.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, gelet op het besluit van 17 april 2012, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven. Gezien het besluit van 17 april 2012 was in beroep slechts in geding de vraag of het college op goede gronden de aanvraag van appellant voor bijzondere bijstand met betrekking tot de advocaatkosten ten bedrage van € 1.502,- heeft afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant de noodzaak van deze kosten niet aannemelijk heeft gemaakt. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd met verwijzing naar zijn gronden in beroep. Het college handhaaft haar standpunt zoals dat tot uitdrukking komt in de aangevallen uitspraak.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de toevoeging met het nummer[nr.] geen betrekking heeft op de procedure waarin de advocaatkosten gemaakt zijn waarvoor appellant bijzondere bijstand vraagt. Die toevoeging is immers voor licht advies over de vordering, niet voor het voeren van een procedure. Uit deze toevoeging is de noodzaak van het voeren van die procedure dus niet af te leiden.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 22 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9223) dient het bijstandverlenend orgaan, bij het ontbreken van een toevoeging, zich zelfstandig een oordeel te vormen omtrent de noodzakelijkheid van de te voeren of gevoerde procedure. Appellant heeft zijn aanvraag, voor zover deze ziet op de advocaatkosten, slechts onderbouwd met een e-mailbericht van zijn advocaat met een conceptdagvaarding, waarbij de advocaat appellant om goedkeuring verzoekt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant daarmee de noodzaak van de procedure niet aannemelijk heeft gemaakt.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Voorzitter
Sluit het onderzoek ter zitting
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 8 november 2013
De griffier. De voorzitter.
(getekend) P.J.M. Crombach (getekend) O.L.H.W.I. Korte
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep

RH