ECLI:NL:CRVB:2013:2338

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 november 2013
Publicatiedatum
7 november 2013
Zaaknummer
11-5637 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WuboArt. 19 Wubo
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen weigering verhoging garantie-uitkering vanwege alimentatieplicht

Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met een garantie-uitkering op grond van de Wubo, verzocht om een verhoging van deze uitkering vanwege zijn alimentatieplicht voor zijn zoon. Deze aanvraag werd door de Sociale Verzekeringsbank afgewezen omdat de garantie-uitkering voor gehuwden of samenwonenden van 65 jaar of ouder wettelijk is gemaximeerd op 65%.

Appellant woonde ten tijde van de aanvraag samen met een vrouw, waardoor de maximale uitkering van toepassing was. Hoewel appellant in beroep stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden waren gewijzigd doordat hij niet meer samenwoonde, oordeelde de Raad dat deze wijziging na de aanvraagdatum plaatsvond en daarom niet in de beoordeling kon worden betrokken.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een hogere garantie-uitkering wegens alimentatieplicht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/5637 WUBO
Datum uitspraak: 7 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (Spanje) (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 8 september 2011, kenmerk BZ01334655 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2013. Daar is appellant, zoals door hem bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom- van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.
Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant, geboren in 1939, is op grond van blijvende psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Aan hem zijn toegekend de toeslag als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wubo, een garantie-uitkering en verschillende voorzieningen.
1.2.
In maart 2011 heeft appellant verzocht hem een hogere garantie-uitkering toe te kennen in verband met de alimentatieplicht voor zijn zoon [F.] (geboren in 1992). Dat verzoek is door verweerder afgewezen bij besluit van 28 april 2011. Het daartegen gemaakt bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
2.
De Raad overweegt als volgt.
2.1.
Appellant woonde ten tijde hier van belang in Zoetermeer samen met mevrouw[naam mevrouw]. Om die reden is op grond van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wubo de aan hem toegekende garantie-uitkering berekend naar het percentage van 65. Dat is het hoogst mogelijke percentage waarnaar een garantie-uitkering op grond van de Wubo kan worden berekend voor een gehuwde (of samenwonende) uitkeringsgerechtigde van 65 jaar of ouder. Verweerder heeft niet de mogelijkheid daarvan af te wijken. Het verzoek van appellant om het percentage van de garantie-uitkering te verhogen vanwege de alimentatieplicht voor zijn zoon [F.] is dan ook op goede gronden afgewezen.
2.2.
In beroep heeft appellant aangegeven dat zijn persoonlijke omstandigheden zijn gewijzigd omdat hij niet meer samenwoont. Die situatie is ontstaan na (de besluitvorming op) de hier voorliggende aanvraag en kan dan ook bij de beoordeling daarvan niet worden betrokken.
2.3.
Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en het beroep ongegrond moet worden verklaard.
3.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2013.
(getekend) R. Kooper
(getekend) S.K. Dekker

HD