Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 19 september 2011 ongegrond;
- vernietigt het besluit van 9 juli 2012.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg bijstand aan als alleenstaande terwijl hij woonde bij zijn zus, met wie hij volgens het college een gezamenlijke huishouding voerde. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor een gezamenlijke huishouding en vernietigde het besluit tot afwijzing.
In hoger beroep stelde het college dat wel sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling die verder ging dan alleen het delen van woonlasten. De Raad stelde vast dat betrokkene en zijn zus hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat er sprake was van wederzijdse zorg, onder meer door financiële steun, gedeeld gebruik van voorzieningen, gezamenlijke boodschappen en huishoudelijke taken.
De Raad oordeelde dat de tijdelijke aard van de situatie niet afdoet aan het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het bezwaarbesluit gehandhaafd. Ook het latere besluit tot toekenning van bijstand werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag bijstand wordt ongegrond verklaard wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.