ECLI:NL:CRVB:2013:2190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde tenaamstelling auto
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand sinds 2003. Uit onderzoek bleek dat vanaf 13 november 2008 een BMW op naam van appellant stond, zonder dat hij dit had gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens werkzaamheden als zelfstandige en ontvangen inkomsten.
Appellant voerde aan dat de BMW eigendom was van zijn broer en geen vermogensbestanddeel van hem was. Dit werd niet aannemelijk gemaakt; het kenteken op zijn naam leidde tot de veronderstelling dat het vermogen van appellant betroffen. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan dat de tenaamstelling geen probleem zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De intrekking van de bijstand en terugvordering bleven daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens onvoldoende bewijs dat de BMW niet tot het vermogen van appellant behoorde.