ECLI:NL:CRVB:2013:2124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstand bij bijzondere gezondheidsomstandigheden
Betrokkene ontving tot november 2010 bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen en meldde zich in juni 2011 voor bijstand volgens de WWB. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van melding, maar betrokkene stelde dat vanwege ernstige lichamelijke en psychische klachten de bijstand eerder had moeten ingaan.
De rechtbank stelde betrokkene in het gelijk en bepaalde dat de bijstand met ingang van november 2010 moest worden toegekend. Het college ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat onvoldoende bewijs was geleverd dat betrokkene in de periode daarvoor niet in staat was om bijstand aan te vragen.
De Raad oordeelt dat de medische gegevens, waaronder neurologisch onderzoek en diagnoses van psychische aandoeningen, voldoende bijzondere omstandigheden vormen om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand pas vanaf de melding wordt toegekend. Betrokkene was door haar klachten niet in staat zelf de aanvraag te doen en kreeg daarvoor hulp van een medewerker.
De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelt het college in de proceskosten. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt afgewezen en de bijstand wordt toegekend vanaf 26 november 2010.