ECLI:NL:CRVB:2013:2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van der Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering ondanks geschil over arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen op grond van de Wet WIA, met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige volgde. De rechtbank oordeelde dat er geen medische argumenten waren om af te wijken van de vastgestelde beperkingen en dat de voorgestelde functies passend waren bij de belastbaarheid van appellante.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald dat haar beperkingen ernstig zijn onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter de overwegingen van de rechtbank en wijst erop dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht om haar standpunt te onderbouwen. Ook tegen het arbeidskundige deel zijn geen nieuwe gronden aangevoerd.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft het besluit van het UWV tot toekenning van de WGA-uitkering ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.