ECLI:NL:CRVB:2013:2008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functieonderhoud en plaatsing projectleider binnen politieorganisatie
Appellant, werkzaam als projectleider binnen de politieregio Amsterdam-Amstelland, verzocht om functieonderhoud omdat zijn feitelijke werkzaamheden niet overeen zouden komen met zijn organieke functie projectleider A, maar met projectleider B. Na eerdere procedures en een hernieuwde beslissing van de korpschef, werd het verzoek afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep toetste of de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende ten minste een jaar wezenlijk afweken van de organieke functie. De Raad concludeerde dat het takenpakket van appellant vooral aansloot bij projectleider A, gezien de aard van de werkprocessen, de omvang en het niveau van de medewerkers aan wie leiding werd gegeven, en de aard van de beslissingsbevoegdheid.
De Raad oordeelde dat de korpschef voldoende gemotiveerd had waarom appellant niet in projectleider B was geplaatst en dat de plaatsing per 1 november 2006 en per 1 oktober 2009 op voldoende gronden berustte. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de plaatsing in de functie projectleider A, schaal 9, wordt gehandhaafd.