ECLI:NL:CRVB:2013:1973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid werknemer volgens Wet WIA bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Werknemer was sinds 1992 in dienst bij appellante en meldde zich in 2004 ziek. Het UWV stelde in 2006 vast dat werknemer recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. In 2009 werd na herbeoordeling de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45% en de WGA-vervolguitkering op nihil gesteld.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herbeoordeling, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid vanaf 14 februari 2010 volgens de Wet WIA plaatsvond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de arbeidsongeschiktheid ook volgens de WAO herbeoordeeld had moeten worden, met name op de data van uitval in 2001, 2004 en 2010. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit niet aan de orde was en bevestigde dat de beoordeling terecht volgens de Wet WIA was uitgevoerd.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht volgens de Wet WIA is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.