ECLI:NL:CRVB:2013:1870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens te late terugkeer van vakantie zonder geldige reden
Appellant, werkzaam als bewaarder bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, keerde na vakantie in Tunesië te laat terug op zijn werk, wat vaststaat. Hij gaf als reden een ongeluk met dodelijke afloop en daaropvolgende hechtenis, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. De minister legde hem daarop onvoorwaardelijk ontslag op wegens plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van appellant ongeloofwaardig waren en dat het plichtsverzuim toerekenbaar was. Het ontslag werd niet als onevenredig beschouwd. Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit, maar de Raad bevestigde de eerdere uitspraak.
De Raad vond de verklaring over het ongeluk en de hechtenis niet geloofwaardig en concludeerde dat appellant geen ticket had gekocht voor een tijdige terugvlucht en pas na terugkomst contact opnam met zijn werkgever. Dit vormde een ernstige tekortkoming in zijn functie. Ook eerdere waarschuwingen speelden mee in de beoordeling.
De straf van ontslag werd niet als onevenredig beschouwd en er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 26 september 2013 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens te late terugkeer van vakantie zonder geldige reden wordt bevestigd.