ECLI:NL:CRVB:2013:1666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke uitkering Wubo wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit
Appellant, geboren in Nederlands-Indië en later geëmigreerd naar de Verenigde Staten, vroeg een periodieke uitkering, toeslag en bijzondere voorzieningen aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel erkend werd dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen, werd de aanvraag afgewezen omdat hij ten tijde van de aanvraag niet de Nederlandse nationaliteit bezat.
De Raad overwoog dat de Wubo alleen van toepassing is op personen die op het moment van aanvraag de Nederlandse nationaliteit hebben, tenzij sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Verweerder hanteert een wegingskader met criteria zoals medische noodzaak, verlies van nationaliteit buiten eigen macht, ernstige oorlogsschade en schrijnende leefsituatie.
Appellant kon geen van deze criteria aantonen. Zijn emigratie was economisch gemotiveerd en het verlies van de Nederlandse nationaliteit was vrijwillig. Er was geen sprake van een schrijnende leefsituatie of ernstige medische noodzaak. Daarom was het besluit om de aanvraag af te wijzen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet aan het nationaliteitsvereiste van de Wubo voldoet en geen zeer bijzondere omstandigheden heeft aangetoond.