ECLI:NL:CRVB:2013:1597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning bindingspremie aan militair zonder duuraanspraak
Appellant, een sergeant-majoor bij de Logistieke Dienst Geneeskundige Dienst, verzocht op 20 mei 2009 om een bindingspremie, welke werd afgewezen en in rechte vaststond. Na succesvolle beroepsprocedures van collega’s die alsnog een bindingspremie ontvingen, verzocht appellant opnieuw om toekenning. Dit verzoek werd door de commandant afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen sprake was van nieuwe feiten.
Appellant stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van een duuraanspraak, waardoor een minder terughoudende toetsing zou gelden, en dat uit zorgvuldigheidsoverwegingen een (gedeeltelijke) premie had moeten worden toegekend. De commandant handhaafde zijn standpunt dat het om een eenmalige aanspraak ging en dat geen premie naar rato kon worden toegekend.
De Raad oordeelde dat de bindingspremie een aanspraak is die slechts ontstaat indien aan de voorwaarden wordt voldaan en dat het enkele feit dat de toekenning in de toekomst lag, onvoldoende is voor een duuraanspraak. Ook uit zorgvuldigheidsoverwegingen was de commandant niet gehouden tot uitbetaling. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot toekenning van de bindingspremie wordt bevestigd.