ECLI:NL:CRVB:2013:1554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij terugvordering WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een terugvordering van €31.929,84 over de periode van 26 september 2007 tot 7 december 2010. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend.
De rechtbank bevestigde dat het primaire besluit op het juiste adres was verzonden en dat appellante, ondanks haar detentie, verantwoordelijk was voor het treffen van maatregelen voor ontvangst van post. Appellante betwistte de ontvangst van het besluit en stelde dat het college zich had moeten vergewissen van ontvangst, maar de Raad oordeelde dat het college enkel hoefde aan te tonen dat het besluit was verzonden naar het juiste adres.
De Raad stelde vast dat het bezwaarschrift pas na de wettelijke termijn was ontvangen en dat appellante geen verschoonbare reden had voor de overschrijding. De detentie en de geestelijke gesteldheid van appellante konden haar niet vrijwaren van de verplichting om maatregelen te treffen voor de postontvangst. Het hoger beroep werd dan ook afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift.