ECLI:NL:CRVB:2013:1549

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
27 augustus 2013
Zaaknummer
12-6048 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging televisie wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellante, die sinds 1995 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van vervanging van een televisie. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten van een televisie tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en er geen bijzondere omstandigheden waren.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde dat zij niet had kunnen reserveren vanwege haar financiële situatie en geldlening, maar de Raad oordeelde dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid vormt.

De Raad benadrukte dat duurzame gebruiksgoederen zoals een televisie incidenteel voorkomen en dat kosten hiervoor in principe uit het inkomen moeten worden bestreden. De aflossing van de geldlening was bovendien laag en niet weersproken. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de vervanging van een televisie wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

12/6048 WWB
Datum uitspraak: 27 augustus 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
21 september 2012, 12/1716 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te[woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. F. Verkerk, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 16 juli 2013, waar partijen, met bericht, niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.2. Appellante ontvangt sinds 22 november 1995 bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand. In 2008 heeft het college appellante bijzondere bijstand toegekend voor verhuis- en inrichtingskosten. Deze bijstand is haar verstrekt in de vorm van een geldlening.
1.3. Op 9 december 2011 heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vervanging van een televisie.
1.4. Bij besluit van 14 december 2011 heeft het college deze aanvraag afgewezen.
1.5. Bij besluit van 24 februari 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 14 december 2011 ongegrond verklaard. Hieraan is, voor zover van belang, ten grondslag gelegd dat de kosten voor de aanschaf van een televisie behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en dat in het geval van appellante niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, waaruit die kosten voortvloeien.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.
Appellante heeft zich tegen deze uitspraak gekeerd. Zij stelt zich op het standpunt dat zij wel recht heeft op bijzondere bijstand. Daartoe heeft zij, samengevat, aangevoerd dat zij geen mogelijkheid heeft gehad om te reserveren voor de aanschaf van een televisie. Zij leeft al zestien jaar op het bestaansminimum. Daarnaast heeft zij een geldlening, waarop zij maandelijks moet aflossen en waarvoor het vakantiegeld al twee maal is ingehouden. De rechtbank heeft tot slot niet gemotiveerd wat voor soort schulden en daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen geen bijzondere omstandigheden opleveren, aldus appellante.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Niet in geschil is dat de kosten waarvoor appellante bijzondere bijstand heeft aangevraagd, zich voordeden en dat die kosten noodzakelijk waren. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.2.
De kosten van duurzame gebruiksgoederen, zoals een televisie, behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen van de betrokkene hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.3.
Er is in dit geval geen grond voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. Het gaat hier om een reguliere vervanging van een televisie. De daarmee gepaard gaande kosten zijn voorzienbaar. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichtingen op zichzelf geen bijzondere omstandigheid oplevert die het verlenen van bijzondere bijstand aan appellante rechtvaardigt. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 24 januari 2012, LJN BV2318) kunnen schulden, dan wel het ontbreken van voldoende reserveringsruimte als gevolg daarvan, niet worden afgewenteld op de bijstand. Dit is niet anders indien het, zoals in dit geval, gaat om de aflossing van leenbijstand. Overigens wordt nog opgemerkt dat het college in het bestreden besluit heeft vermeld dat deze aflossing maar € 14,22 per maand bedraagt, hetgeen appellante niet heeft weersproken.
4.5.
Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2013.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) P.J.M. Crombach

HD