ECLI:NL:CRVB:2013:1437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op nabestaandenuitkering bij niet-verzekerde echtgenoot volgens ANW
Appellante was gehuwd met een echtgenoot die op 26 november 2010 in Marokko is overleden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van 15 april 2011 vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), omdat haar echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Dit besluit bleef in stand na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de echtgenoot niet verplicht verzekerd was voor de ANW omdat hij niet in Nederland woonde en niet aan de loonbelasting was onderworpen. Hoewel hij vrijwillig verzekerd was geweest, was deze verzekering geëindigd vanwege niet-betaalde premies over 2002. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot de Svb had gemachtigd de premies via het UWV te verrekenen en dat hij mocht vertrouwen op zijn vrijwillige verzekering.
De Raad concludeerde dat de machtiging pas per 2003 tot verrekening leidde en dat de premies over 2002 niet volledig waren betaald. Uit betalingsherinneringen en jaaroverzichten bleek dat de verzekering was beëindigd. Ook uit een AOW-toekenningsbeslissing van 2007 bleek dat de vrijwillige verzekering per 1 januari 2002 was geëindigd. Er was geen contact geweest met de Svb om dit te corrigeren. Daarom was de echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd voor de ANW en kwam appellante niet in aanmerking voor een uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Appellante komt niet in aanmerking voor een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.