Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden (…) waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (…);
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bijstandsgerechtigde met lichamelijke en psychische klachten, was ontheven van arbeidsverplichtingen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verleende ontheffing voor de periode van één jaar, gebaseerd op een arbeidsmedisch advies waarin werd geconcludeerd dat er momenteel geen duurzaam benutbare mogelijkheden zijn, maar dat verbetering mogelijk is bij adequate behandeling van psychische klachten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gezondheid sinds 2003 is verslechterd en dat ontheffing voor vijf jaar of ten minste twee jaar passend zou zijn. De Raad oordeelde echter dat een ontheffing voor zo'n lange periode in strijd is met de doelstellingen van de WWB, die gericht is op stimulering tot arbeidsinschakeling en periodieke herbeoordeling.
De Raad stelde vast dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die het advies van de adviserend geneeskundige konden betwijfelen. Ook het beleid van de gemeente Rotterdam, dat een maximale ontheffingstermijn van 24 maanden kent, gaf geen aanleiding tot afwijking. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontheffing van arbeidsverplichtingen voor de duur van één jaar en wijst het hoger beroep af.