ECLI:NL:CRVB:2013:1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met nek- en rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zijn beperkingen onvoldoende waren om recht te geven op een uitkering, omdat de arbeidsongeschiktheid op 28,71% werd vastgesteld, onder de vereiste 35%.
In bezwaar en bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. De medische onderzoeken waren zorgvuldig en hielden rekening met de klachten, waaronder degeneratieve afwijkingen van de wervelkolom. De rechtbank verwierp de door appellant aangevoerde aanvullende klachten en stelde dat de bezwaarverzekeringsarts terecht eigen onderzoek en motivering had gebruikt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder het betwisten van het medisch onderzoek en de geschiktheid van bepaalde functies. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de selectie van functies passend was, ook als één functie werd uitgesloten. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.