Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2002 bijstand op grond van de WWB en is gehouden aan arbeidsverplichtingen. Zij meldde een vakantie van 18 juli tot 29 augustus 2010, terwijl de ISD een maximale vakantieperiode van vier weken toestond, met terugmelding uiterlijk 17 augustus 2010.
Appellante verbleef langer in het buitenland en keerde pas op 4 september terug, met een medisch attest dat zij vanaf 20 augustus niet kon reizen. Het dagelijks bestuur trok de bijstand over de periode 17 augustus tot 6 september 2010 in en verlaagde daarna de bijstand met 50% voor een maand wegens onvoldoende deelname aan het re-integratietraject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet wist van de maatregel, niet was opgeroepen tijdens vakantie en dat de maatregel onevenredig was gezien haar beperkingen. De Raad oordeelde dat appellante zich onttrok aan haar re-integratieverplichtingen en dat de verlaging conform de WWB en verordening was opgelegd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor één maand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.