ECLI:NL:CRVB:2013:1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor orthopedisch matras wegens voorliggende voorziening
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een orthopedisch matras vanwege ernstige lichamelijke problemen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van het bestaan van een voorliggende voorziening volgens artikel 15 van Pro de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de kosten medisch noodzakelijk zijn en niet door haar zorgverzekeraar worden vergoed, en dat het AWBZ-traject onvoldoende mogelijkheden biedt.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet en de bijbehorende regeling als voorliggende voorziening gelden en dat een bewuste keuze is gemaakt over de vergoeding van dergelijke kosten. Bijzondere bijstand kan daarom niet worden toegekend tenzij er zeer dringende redenen zijn, die in dit geval niet zijn aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de aanschaf van een orthopedisch matras wordt bevestigd wegens het bestaan van een voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.