ECLI:NL:CRVB:2013:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bijstandsherziening
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een toeslag voor alleenstaande ouders. Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland heeft bij besluit van 2 juni 2010 de toeslag verlaagd met terugwerkende kracht vanaf 29 september 2008. Appellant maakte op 5 augustus 2010 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door het college ongegrond verklaard.
De rechtbank Middelburg verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij binnen de bezwaartermijn was uitgenodigd voor een gesprek en op basis daarvan mocht vertrouwen op een latere mogelijkheid tot bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 7 juli 2010 geen ondubbelzinnige toezegging bevatte die een gerechtvaardigde verwachting kon wekken dat bezwaar na de termijn nog mogelijk was. De onjuiste interpretatie van appellant kan hem niet worden toegerekend. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot verlaging van de bijslagtoeslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.