ECLI:NL:CRVB:2013:1278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich in 2000 arbeidsongeschikt vanwege rugklachten en psychische problemen. Hij ontving vanaf 2001 een WAO-uitkering die in 2006 werd ingetrokken wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid. In 2009 vroeg appellant opnieuw een WAO-uitkering aan wegens vermeende toegenomen psychische beperkingen, welke door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de beperkingen juist waren ingeschat, mede op basis van een rapport van psychiater Russo die geen ernstig psychiatrisch beeld vaststelde. In hoger beroep liet de Raad een onafhankelijk psychiater Gerssen onderzoek doen, die bevestigde dat appellant een persoonlijkheidsstoornis heeft maar dat de agressieproblematiek niet was verergerd en niet als ziekte kon worden geclassificeerd.
Gerssen concludeerde dat appellant duurzaam in staat is tot loonvormende arbeid. De Raad volgde dit oordeel en verwierp de stelling van appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. De uitspraak bevestigt dat de beperkingen van appellant niet onjuist zijn ingeschat en dat hij niet recht heeft op hernieuwde WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen.