ECLI:NL:CRVB:2013:1000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante was werkzaam via een ID-regeling en werd in 2009 ontslagen zonder recht op WW-uitkering. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor de periode april tot en met december 2009 wegens inkomensdaling. Het college wees de aanvraag af omdat geen bijzondere omstandigheden bestonden om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante stelde in hoger beroep dat zij psychisch niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen. De Raad beoordeelde of het college op grond van de aangevoerde omstandigheden bijzondere bijstand met terugwerkende kracht had moeten toekennen.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde psychische problemen en medische stukken niet voldoende waren om te concluderen dat appellante niet in staat was tijdig een aanvraag te doen. Ook het feit dat zij niet gebruik maakte van een overbruggingsuitkering waar zij op was gewezen, kwam voor haar risico. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.