ECLI:NL:CRVB:2012:BY6758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over tijdigheid bezwaar tegen Ziektewetbesluit UWV
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV van 5 juni 2008 waarin werd bepaald dat een werknemer geen Ziektewetuitkering zou ontvangen. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat appellante het besluit te laat had ontvangen en het bezwaar daardoor te laat was ingediend, maar vernietigde het bestreden besluit omdat het UWV niet had getoetst aan de juiste wettelijke normen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het besluit pas op 1 november 2010 ontving, waarna het bezwaar binnen de termijn van zes weken werd ingediend. Het UWV kon niet aantonen dat het besluit daadwerkelijk op tijd was verzonden, omdat de verzendadministratie ontbrak en het besluit niet aangetekend was verzonden.
De Raad concludeerde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om zelf te voorzien in de zaak, droeg de Raad het UWV op om binnen zes weken een nieuw, inhoudelijk besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 5 juni 2008 is tijdig ingediend; het UWV moet een nieuw inhoudelijk besluit op bezwaar nemen.