ECLI:NL:CRVB:2012:BY6619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand van september 2003 tot maart 2009. Naar aanleiding van een anonieme melding over werkzaamheden van appellant bij een garagebedrijf startte het college een onderzoek. Uit het onderzoek bleek dat appellant vanaf oktober 2005 tot maart 2009 werkzaamheden verrichtte die op geld waardeerbaar zijn, maar deze niet of onjuist aan het college heeft gemeld.
Het college trok daarom de bijstand over die periode in en vorderde de kosten terug. Appellanten voerden aan dat het ging om vrijwilligerswerk en dat zij de werkzaamheden hadden gemeld, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Ook werd de arbeidsongeschiktheid na 2006 niet voldoende onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de activiteiten als normale bedrijfsactiviteiten moeten worden beschouwd en dat appellanten de wettelijke inlichtingenplicht hebben geschonden. Het college was bevoegd tot intrekking en terugvordering. De stelling dat het terugvorderingsbedrag onnodig is opgelopen door traagheid van het college werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.