ECLI:NL:CRVB:2012:BY6589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet verschijnen bij re-integratieafspraken
Appellant ontvangt bijstand sinds 12 juli 2006 en is meerdere malen opgeroepen om te verschijnen bij het re-integratiebedrijf voor trajectafspraken, maar is niet verschenen. Het college heeft daarom de bijstand met 10% verlaagd voor de duur van een maand. Appellant voerde aan dat hij niet verscheen vanwege onjuiste bejegening en twijfels over de herkomst en het gebruik van een korte vragenlijst die onderdeel was van een experiment.
De Raad heeft vastgesteld dat deelname aan het experiment vrijwillig was en appellant onjuist is geïnformeerd door zijn uitstroomconsulent. Dit rechtvaardigt echter niet het niet verschijnen op afspraken. Appellant had contact kunnen opnemen met zijn trajectbegeleider om zijn vragen te bespreken, maar heeft dit nagelaten.
De Raad oordeelt dat er geen sprake is van afwezigheid van verwijtbaarheid die het opleggen van de maatregel zou uitsluiten of matigen. De bezwaren van appellant over de vragenlijst zijn niet relevant voor de beoordeling van het besluit. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 10% voor de duur van een maand wordt bevestigd.