ECLI:NL:CRVB:2012:BY6561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kleding, schoolreiskosten en huishoudelijke apparaten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, geboren in 1995, ontving bijstand en bijzondere bijstand voor huur, energie en telefoon. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor kleding, schoolreiskosten, een fiets, een bank, een magnetron en reparatie van de televisie. Het college wees deze aanvragen af omdat de kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten die uit eigen middelen moeten worden voldaan, of omdat er een voorliggende voorziening (scholierenvergoeding) bestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellante voerde aan dat zij haar moeder moest onderhouden en dat zij daardoor niet kon reserveren, wat zij als bijzondere omstandigheden aanvoerde. De Raad oordeelde dat deze onderhoudsplicht niet op de WWB kan worden afgewenteld en dat de bijstand bedoeld is voor het levensonderhoud van de gerechtigde zelf.
Verder is vastgesteld dat de scholierenvergoeding een voorliggende voorziening is en dat er geen acute noodsituatie bestaat die bijzondere bijstand rechtvaardigt. Ook het beroep op discriminatie op grond van het Verdrag inzake de rechten van het kind werd verworpen omdat appellante niet ongelijk wordt behandeld ten opzichte van anderen die nog geen langdurigheidstoeslag ontvangen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de bestreden besluiten. Vergoeding van proceskosten of schade werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.