ECLI:NL:CRVB:2012:BY6393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw voor in Ierland wonende uitkeringsgerechtigde
Appellant woont sinds maart 2007 in Ierland en ontvangt een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening EG nr. 1408/71 heeft hij recht op zorg in Ierland, waarvoor een buitenlandbijdrage verschuldigd is. Cvz heeft deze bijdrage vastgesteld op € 2.034,49 over 2007.
Appellant betwistte de bijdrage en stelde dat hij vrij was in de keuze voor een ziektekostenverzekering, mede omdat hij vooraf correspondentie had met Cvz en Uwv. Hij klaagde over de late rekening en financiële problemen door de bijdrage, die niet direct werd ingehouden op zijn uitkering. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond, en hij ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het Uwv geen buitenlandbijdrage heeft ingehouden, maar dat dit niet betekent dat Cvz niet tot vaststelling kon overgaan. De correspondentie geeft geen aanwijzing voor onjuiste voorlichting. De woonlandfactor, die de hoogte van de bijdrage bepaalt, is niet onredelijk of discriminerend. Het verzoek om een betalingsregeling behoort niet tot het geschil in hoger beroep.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage Zvw bevestigd.