ECLI:NL:CRVB:2012:BY6294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft van 1996 tot 2006 een WAO-uitkering ontvangen en verzocht in 2009 opnieuw om een WAO-uitkering. Het UWV stelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat stress en angst voor een nieuwe bloeding zijn beperkingen niet voldoende weerspiegelen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische stukken waren die meer beperkingen aantonen dan door het UWV aangenomen. Ook is niet gebleken dat arbeid het risico op een hersenbloeding verhoogt. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de voorgestelde functies passend zijn bij de belastbaarheid van appellant.
Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom op 7 december 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant geen WAO-uitkering krijgt wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag.