ECLI:NL:CRVB:2012:BY6076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage ondanks termijnoverschrijding
Appellant woonde in 2006 en 2007 in België en ontving een AOW-uitkering en pensioen. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) stelde de buitenlandbijdrage voor deze jaren definitief vast, waarbij de termijn voor het definitief vaststellen van de jaarafrekening voor 2006 met 5,5 maand werd overschreden.
De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding geen verval- of verjaringstermijn betreft en dat de bevoegdheid van Cvz om de jaarafrekening vast te stellen niet vervalt. Ook werd geoordeeld dat het achterwege laten van wettelijke rente voldoende compensatie biedt en dat appellant geen nadeel heeft geleden.
In hoger beroep stelde appellant dat de termijnoverschrijding onoorbaar was en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, omdat hij geen rekening hield met een definitieve afrekening. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs kon weten dat een definitieve vaststelling zou volgen en dat geen expliciete toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel zouden rechtvaardigen.
Verder werd overwogen dat appellant geen schade heeft geleden door de overschrijding van de beslistermijn voor de beslissing op bezwaar en dat hij geen betalingsregeling had aangevraagd ondanks betalingsproblemen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de definitieve jaarafrekeningen ondanks termijnoverschrijding en wijst het hoger beroep af.