ECLI:NL:CRVB:2012:BY6038

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5017 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in Wajong-uitkeringszaak

Appellante had bij het UWV een Wajong-uitkering toegekend gekregen per 9 januari 2009. Tegen het besluit van 17 september 2009, waarin het UWV haar eerdere besluit handhaafde, stelde appellante beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het buiten de wettelijke beroepstermijn van zes weken was ingediend. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit uiterlijk op 12 oktober 2010 aan appellante was gezonden en dat het beroep op 13 december 2010 was ingediend.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, mede omdat uit correspondentie en een telefoonnotitie bleek dat appellante in de betreffende periode in staat was haar belangen adequaat te behartigen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat er geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

11/5017 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2011, 10/5241 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 7 december 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.A.M. van Leeuwen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Leeuwen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 9 januari 2009 heeft het Uwv aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toegekend.
1.2. Bij besluit van 17 september 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op appellantes bezwaren, zijn besluit van 9 januari 2009 gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft zich ambtshalve gesteld gezien voor de vraag of het beroepschrift van appellante binnen de beroepstermijn was ingediend. Bij de bepaling van de dag waarop de beroepstermijn van zes weken is aangevangen heeft de rechtbank aangenomen uiterlijk de datum van de dag waarop een kopie van het bestreden besluit aan appellante is gezonden, te weten 12 oktober 2010. De rechtbank is uitgegaan van een uiterlijke ontvangst van het bestreden besluit door appellante op 13 oktober 2010. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellante op 13 december 2010 beroep heeft ingesteld. Daarmee is het beroepschrift buiten de termijn ingediend. Aansluitend heeft de rechtbank bezien of de termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat hier geen sprake van is, nu - getuige de diverse brieven die appellante vanaf september 2010 aan het Uwv heeft gestuurd - is gebleken dat appellante wel degelijk in staat was haar belangen adequaat te behartigen.
3. In hoger beroep heeft appellante zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat appellante buiten de beroepstermijn is opgekomen tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft voorts genoegzaam gemotiveerd waarom er in het onderhavige geval geen redenen zijn om dit verzuim niet aan appellante toe te rekenen. Blijkens de brieven van 8 september 2010 en 8 oktober 2010 alsmede de telefoonnotitie van 4 oktober 2010 staat vast dat appellante in die periode in staat was om haar belangen adequaat te behartigen. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het beroep is op juiste gronden niet-ontvankelijk geacht.
4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) M.D.F. de Moor