ECLI:NL:CRVB:2012:BY5565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van taalvereiste bij bezwaar tegen intrekking bijstand
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Hengelo, had de bijstand van betrokkenen ingetrokken wegens het niet naleven van de informatieverplichting. Betrokkenen maakten bezwaar tegen deze intrekking met een bezwaarschrift in het Duits. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet in het Nederlands was gesteld en eiste een vertaling.
De rechtbank oordeelde dat vertaling niet noodzakelijk was omdat het bezwaar eenvoudig was en het college ambtenaren had die Duits spraken. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat communicatie in het Nederlands moet plaatsvinden en dat vertaling noodzakelijk is voor officiële documenten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 6:5 lid 3 Awb Pro vereist dat een vertaling alleen nodig is wanneer dit noodzakelijk is voor een goede behandeling, en dat dit per zaak moet worden beoordeeld. Gezien de eenvoud van het bezwaar, de mogelijkheid tot communicatie in het Duits aan de balie en met de contactmanager, en het feit dat ook andere Duitse stukken werden geaccepteerd, was een vertaling niet noodzakelijk. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat een vertaling van het bezwaarschrift niet noodzakelijk was.