ECLI:NL:CRVB:2012:BY4487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV. Op 3 juli 2012 nam het UWV een nieuw besluit waarbij geheel aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.
De Raad stelde vast dat het nieuwe besluit van het UWV volledig tegemoet kwam aan de bezwaren, waardoor het hoger beroep werd ingetrokken. Op grond van de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kon de Raad het UWV bij afzonderlijke uitspraak veroordelen tot vergoeding van de schade en kosten.
De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, verwijzend naar een eerdere uitspraak voor de wijze van berekening. Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante voor de behandeling van het hoger beroep, begroot op € 437,--. Vergoeding van het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 28 november 2012.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep.