ECLI:NL:CRVB:2012:BY4011

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2918 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot een WIA-zaak. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarna appellant zich met deze beslissing kon verenigen en het geschil feitelijk kwam te vervallen.

De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat er geen inhoudelijk geschil meer bestond dat door de Raad beslecht hoefde te worden. Tevens heeft de Raad het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten, waaronder reiskosten en verblijfkosten, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.

De uitspraak is gedaan door de Enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2012, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege is gebleven na sluiting van het onderzoek.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

10/2918 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2010, 09/1009 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Duitsland (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 23 november 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2012.
De Raad heeft op 20 juli 2012 een tussenuitspraak gedaan: LJN BX2516.
Het Uwv heeft op 20 augustus 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 5 september 2012 heeft appellant verzocht om een vergoeding van de gemaakte kosten.
Bij brief van 27 september 2012 heeft het Uwv hierop gereageerd.
Op verzoek van de Raad heeft appellant bij brief van 9 oktober 2012 de opgegeven kosten gespecificeerd en voorzien van bewijsstukken.
De Raad heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
1. Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 augustus 2012 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 augustus 2012 kan verenigen en heeft verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten.
2. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
3. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 216,40 voor de reiskosten die appellant heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de Raad (openbaar vervoer 2e klas) alsmede de verblijfkosten tot een bedrag van € 49,15 in totaal
€ 265,55.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
-veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 265,55;
-bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 150,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2012.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
KR